In de periode van 1947 tot 2024 is de Col de la Croix de Fer
maar liefst 21 keer opgenomen in het parcours van de Tour de France.
Dat maakt hem tot een bekende col,
die iedere klimliefhebber graag wil afvinken.
Als je in St-Jean-de-Maurienne begint,
is het een lange rit naar de pas (29 kilometer)
en moet je een groot aantal hoogtemeters bedwingen (1671).
Dit is niet alleen en bekende maar ook een "hors categorie" klim.
De rit is zeer afwisselend,
zowel qua profiel als qua landschap.
Het mooiste zijn de laatste 4,5 kilometer, die beginnen bij
het einde van de bebouwing van St-Sorlin-d'Arves,
waarin je boven de boomgrens uitkomt
en rondom hooggebergte ziet,
waaronder met sneeuw en ijs bedekte delen van de Écrins
en de drie pieken van de Aiguilles d'Arves (3510 m).
Wat me tegenviel was het relatief drukke verkeer
over de volle lengte van de beklimming.
De rit begint met zo'n 4 kilometer klimmen (6-9%)
tot bij de splitsing met de weg naar la Toussire.
Er volgt een deel, waarin men vooral afdaalt (netto 63 meter).
Daarna gaat het tegen de orografisch linkerzijde
van het kloofachtige dal van de Arvan omhoog,
een passage van ruim 5 kilometer lang
met 470 meter hoogtewinst (8-9%).
Er volgen een vrijwel horizontaal deel
met daarin drie goedverlichte tunnels
en weer een afdaling van nogmaals 63 hoogtemeters.
Na de afslag naar Albiez-le-Vieux gaat het licht klimmend
verder (3-6%) totdat na zo'n 7 kilometer
St-Sorlin-d'Arves bereikt wordt.
In dit toeristenoord wordt het rap steiler
met onder andere de steilste kilometer van de rit (10,4%),
een heftige aanloop van de hierboven al beschreven
fraaie slotkilometers (8%).