Wij fietsten deze klim vanuit het dal van de Isère naar de Col de la Madeleine in de zomer op een mooie doordeweekse dag en waren verbaasd hoe weinig verkeer hier onderweg was. Wat fijn! Wel zagen we veel fietsers, geen wonder want de Madeleine is een van de bekendste Tour de France cols. Die faam heeft zij onder andere te danken aan de zwaarte. Deze klim vanuit het noorden is lang (25 kilometer) en er liggen maar liefst 1625 hoogtemeters op de fietsers te wachten. Deze zijn verdeeld over drie zware passages (het beginstuk, het eindstuk en een middenstuk), gescheiden door twee gemakkelijke passages. Heel steil wordt het nergens; de steilste kilometer heeft een helling van 10,4% en bevindt zich aan het einde van het steile middenstuk van de rit, net na de laatste nederzetting (Cellier Dessus). Ommdat ik moe was, vond ik de steile slotpassage echter lastiger. Deze herbergt een stuk van 3,5 kilometer dat gemiddeld 9.1% helt. Dit is ook het mooiste deel van de beklimming. Hier heeft men vrij zicht op machtige bergen, vooral rechts van de klimmende fietser. Nog mooier zijn deze bergen in de afdaling. Daar komt bij dat de afdalende fietser bij helder weer in de verte het Mont Blancmassief ziet. Ik vond deze beklimming landschappelijk de fraaiste van de drie Madeleine-klimmen.