Het prettige aan deze klim met zijn onheilspellende naam is dat er bijna geen autos rijden en dat het wegdek in goede staat verkeert. Wel is de beklimming monotoon. De helling variëert weinig (bijna steeds 7-8%) en de weg loopt op begin en einde na door het bos zodat er slechts af en toe uitzicht is. De pas ligt niet hoog (1360 meter) maar dankzij het lage begin in Séchilienne zijn er op twee meter na toch nog 1000 hoogtemeters. De passages, die de monotonie doorbreken zijn de eerste twee kilometer, die minder steil zijn en door weilanden en dorpjes lopen, en het minder steile slot. Dat begint als men tussen de bebouwing komt. Spoedig is er een nagenoeg horizontaal weggedeelte. Hier dient men echter toch nog even door te rijden tot bij het bordje "Col de la Morte".